Tja, en dan kom ik er weer achter dat ik weer eens een grote blog achterstand heb, dus mijn optimisme in mijn vorige blog over dat ik bijna live blogs zou posten heb ik weer laten varen… Reden daarvoor is dat ik weer veel te veel dingen heb gedaan en niet altijd zin heb om in mijn beperkte vrije uurtjes weer achter mijn laptop te kruipen.
In mei was het topdrukte met mijn opleidingen én met het werk. Oorspronkelijk deed ik 3 opleidingen (met veel teveel studiebelasting- 125% in totaal terwijl ik ook druk was met mijn gewone werk…), waardoor ik besloot om een van mijn opleidingen – cognitieve neurowetenschappen (met 3x 3 uur college per week en daarnaast nog veel zelfstudie) – geheel tegen mijn principes (‘als je ergens aan begint moet je het ook afmaken’) te laten vallen.
Dat gaf iets meer ruimte, maar niet superveel. Echt veel trainingstijd voor de Alpe d’HuZes had ik dus niet over, dus ik probeerde elke gelegenheid aan te grijpen om op mijn racefiets te springen. Overigens vind ik het hier in Zweden leuker om te mountainbiken omdat er hier veel meer mooie onverharde paden zijn dan verharde wegen (die je dan moet delen met auto’s). En als ik dan de racefiets pak, probeer ik dat te combineren met iets wat ik toch moet doen (bijvoorbeeld boodschappen doen). Het gevolg is dan dat ik met een overvolle rugzak op mijn rug terug naar huis fiets maar dan wel een kanelbulle verdiend heb….
Naast fietsen heb ik ook nog wat oriënteringstraining gedaan waar ik op mijn step heen ging. Het steppen ging goed, maar het oriënteren wat minder. En ook kwam er onverwacht een sneeuwbui langs waardoor het koud werd. Zelf moest ik ook nog een training voor de orienteringsclub verzorgen waarbij het opeens ook ijzig koud was.
Begin mei was het eerste MTB orienteringsweekend van het seizoen gepland in Haninge (vlakbij Stockholm). Dit werd meteen gecombineerd met een vergadering van de MTBO ontwikkelgroep van de Zweedse orienteringsbond. Ik vergader al zo’n 2 jaar regelmatig online met dit clubje, dus het was leuk om ze een keer in het echt te zien. Op zaterdag was de sprint – wat normaal veelal in de bebouwing is, maar dit keer was het (verassend genoeg, vooral omdat we in de omgeving van Stockholm waren) vooral in het bos. Ik moest weer flink wennen aan fietsen en tegelijkertijd op kaart kijken, daarop had ik dit jaar nog helemaal niet getraind. Zondag tijdens de lange afstand ging dat al wat beter, maar ook toen maakte ik een hele domme fout. Ik moest naar checkpunt 8 toe, en dacht dat dat alleen via een steil en lastig smal stenig bospad kon waar veel omgewaaide bomen lagen (die waren netjes op de kaart gemarkeerd). Dat werd dus als een acrobaat klimmen en klauteren over de bomen, en af en toe mijn mountainbike als een gewichtsheffer hoog over de boomstammen heen tillen om er vervolgens bij het checkpoint achter te komen dat er een hele makkelijke vlakke weg zonder omgevallen bomen naar dat checkpoint ging….Dom, dom, dom…!
Ook ben ik in mei onverwacht druk geweest met het redden van ‘mijn’ koolmeesjes. Ik was aan het werk in mijn kantoortje en hoorde gehamer aan de voorkant van het huis. Toen ik ging kijken zag ik dat een specht bezig was om een gat in mijn vogelhuisje te hakken. In dat vogelhuisje zitten jonge koolmeesjes. Na het wegjagen van de specht ging ik weer aan het werk maar dat beest bleef terugkomen, en al snel zat er een gat van zo’n 3 centimeter diameter in. Mijn eerste prioriteit was om het gat te dichten zodat de specht de jonkies niet uit het huisje kon halen. De koolmeesjes bleven in paniek, en toen ik in de buurt van het huisje kwam helemaal. Ik besloot dus een noodreparatie te doen met het vast plakken van een aluminium plaatje over het huisje heen en het gat zo snel mogelijk (maar optisch niet zo mooi als ik voor ogen had). Toen het metalen plaatje voor het huisje zat, is de specht nog een paar keer teruggekomen, maar kwam er al snel achter dat hij met zijn snavel niet door het metaal heen kan.
De vorige keer vertelde ik in mijn blog over het eerste trainingsritje met de fietsclub die qua snelheid vrij tam verliep. De tweede fietstraining met wat fanatiekere mensen ging al harder en was dus ook leuker.
Het weekend daarna was de Engelbrekts rundan, 0vanaf mijn huis gezien een ronde van zo’n 120 km. Ik was in de veronderstelling dat dat een toertocht was, die op zaterdag om 10 uur zou starten.
Toen ik iets voor 10 uur nietsvermoedend naar de start in het dorp reed, zag ik dat iedereen met startnummer en al klaar stond. Ik speldde dus ook snel een startnummer op terwijl ik luisterde naar de toespraak van de voorzitter. Hij vertelde dat de start geneutraliseerd achter een motor in het dorp zou zijn, en nadat we het dorp uit zouden zijn, zou het worden vrijgegeven.
Slik…dat was wat anders dan het relaxte tochtje waar ik me op had ingesteld. Maar fanatiek als ik ben, besloot ik toch naar voren te lopen en niet te ver achter de motor plaats te nemen.
Om stipt 10 uur vertrokken we en reden we achter de motor aan het dorp uit. Na zo’n 5 kilometer fietsen zat ik als enige vrouw nog in de kopgroep die meer dan 45 kilometer per uur reed. In het wiel was het goed te doen, maar ik begon me zorgen te maken of ik dit wel 120 kilometer kon volhouden.
Mijn verstand zei me dat ik me beter kon laten afzakken naar de tweede groep. Daarin zat nog één vrouw die in het wiel van haar clubgenootjes hing maar die in het begin niet over nam want – zo zei ze tegen mij – ‘ik ben te klein’. Dat was wel een mooi excuus om zich te sparen, maar ik reed gewoon braaf op kop mee.
Ondanks dat ik me had laten afzakken ging het nog steeds hard: de eerste 40 kilometer reden we kop over kop in iets meer dan een uur.
Na 50 kilometer kwamen we bij wegwerkzaamheden uit. Om de paar honderd meter lag er een stuk met zo’n 30-50 meter lange gravelstrook (met soms best diepe gravel). Ik was de enige met ouderwets dunne racebandjes en durfde als enige niet in volle vaart over die gravelstroken te rijden.
Dat werd dus voor de gravelstrook remmen, voorzichtig over het gravel rijden en daarna als een speer het gat naar de groep weer dichtrijden. Na dat 4x te hebben gedaan, lukte het me niet meer om – voor de vijfde gravel strook- naar de groep toe te rijden, waardoor ik de groep moest laten gaan. Dat betekende in mijn eentje tegen de wind in verder rijden. In de verte zag ik iemand rijden, dus daar reed ik naar toe in de hoop dat we om de beurt op kop konden rijden. Het bleek een man uit mijn oude groepje te zijn, met een shirt aan van Rembo IK (de fietsclub van een plaats verderop) te zijn. Maar hij was alles behalve Rambo – dat stond natuurlijk ook niet op zijn shirt maar die associatie had ik wel. Hij hing in mijn wiel, en vertelde op den duur dat hij een hoge hartslag had, al de hele tocht. Persoonlijk vond ik dat niet zo verwonderlijk omdat we ook in een flink tempo hadden gereden…
Uiteindelijk haalden we de enige vrouw die nog voor me zat ook nog in, maar zij kon niet meer bij me aanpikken. Ook mijn wielklever moest mijn wiel op den duur laten gaan. Bij een klim kwam er nog een groepje mannen van achter voorbij waar ik nog even kort kon aanpikken.
En zo kwam het dat ik veel sneller dan verwacht en als eerste vrouw bij de finish kwam waar een broodje hamburger op me wachtte. Thuis aangekomen zei mijn Garmin horloge dat ik een ‘överdriven träning’ had gehad, en dat ik 4 DAGEN moest herstellen. Dus het kwam goed uit dat ik niet lang na deze finale repetitie weer naar Nederland moest treinen voor de Alpe d’HuZes. Maar daarover schrijf ik een volgende keer!

Jeetje Katja wat ben je toch een Topper.
Jouw doorzettingsvermogen en niet bang ergens voor zijn vind ik geweldig.
Nu vele mooie avonturen maken op je Yedoo.
Er is totaal niets van te merken Katja, dat je alweer 50 kaarsjes hebt uitgeblazen.
Wat een kanjer !!!